Esther Kragten, Trombose-arts

Het begint vaak met vage spierpijn, maar het kan levensbedreigend zijn: jaarlijks krijgt 1 op de 1.000 mensen in Nederland de diagnose trombose. Trombose is een aandoening waarbij in de bloedvaten een bloedstolsel wordt gevormd. In 2009 richtte basisarts Esther Kragten de Trombosepoli van Reinier de Graaf, als onderdeel van de afdeling Hematologie, op met als doel de oorzaak van trombose zo goed mogelijk te onderzoeken, te behandelen en om zorg op maat te leveren. Zij werkt nauw samen met tal van andere medisch specialisten en sinds kort is ook een tromboseverpleegkundige werkzaam is op de poli. Tot slot is Esther sinds een half jaar medisch leider bij de trombosedienst Delft.

Ruimte voor onderzoek
“Het merendeel van de trombosepatiënten komt binnen via de Spoedeisende Hulp.  In de helft van de gevallen is de oorzaak echter onbekend. Bij de andere helft manifesteert de aandoening zich door een combinatie van factoren en een eventuele trigger. Denk aan te weinig beweging, roken, onderliggende ziekten en slechte vaten. Een lange auto- of vliegreis kan dan net de druppel zijn waardoor de aandoening zich openbaart. Op de poli zie ik ook zwangeren, patiënten die langdurig kampen met trombose en patiënten die advies willen inwinnen omdat zij vanwege erfelijkheid meer kans hebben om trombose te krijgen. Vaak is het bij trombose de hamvraag of bij antistollingsmedicatie de voordelen opwegen tegen de nadelen. Een poli specifiek opgericht voor trombosepatiënten geeft ruimte om verder in te zoomen op de aandoening en zorgt ervoor dat ik steeds gerichter advies kan geven. Dat maakt dat ik er veel van mijn ideeën in kwijt kan”.

Professionaliseringsslag 
“De behandelwijze en –duur van trombose zijn in de loop van de jaren veranderd. Tegenwoordig wordt de zorg voor deze aandoening veel meer op individueel niveau geleverd en wordt meer rekening gehouden met de grootte van het bloedstolsel, de situatie en wensen van de patiënt en diens herstel. Ik zie echter nog veel mogelijkheden om de zorg omtrent antistolling verder te verbeteren en efficiënter te maken voor patiënten. Ik streef er daarom naar om een Antistollingscentrum op te richten, waarbij multidisciplinair en vanuit de gehele zorgketen wordt gekeken naar patiënten, zodat de zorg wat minder versnipperd wordt. Ik zou meer op het gebied van preventie willen doen, maar ook voorlichting willen geven over de aandoening en consequenties ervan. Trombose is een van de belangrijkste doodsoorzaken in Nederland en dus zou ik het geweldig vinden als hier nog een professionaliseringsslag in gemaakt kan worden. Ik merk dat er ruimte is voor mijn plannen en dat zorgt voor veel voldoening in mijn werk.”