Trots op mijn baan: Yvonne Meijndert, manager Bureau Verpleegkundige Zaken

In deze rubriek komen verschillende medewerkers van Reinier de Graaf aan het woord en in beeld. Het doel is om de diversiteit van de verschillende werknemers en afdelingen te laten zien. De organisatie wordt draaiende gehouden door honderden medewerkers die allemaal een eigen rol spelen in het grote geheel. In deze bijdrage een gesprek met Yvonne Meijndert, manager Bureau Verpleegkundige Zaken.

Hoe lang werk je al voor het ziekenhuis en hoe ben je hier terecht gekomen?

“Ik ben in 1987 begonnen met werken in Reinier de Graaf als A-verpleegkundige in opleiding. In 1992 ben ik in dienst gegaan bij GGZ Delfland en na verschillende functies en opleidingen ben in 2000 weer teruggekomen in Reinier de Graaf als consultatief psychiatrisch verpleegkundige. Een paar jaar later ben ik officieel weer in dienst gekomen bij het ziekenhuis, dit keer als adviseur op de afdeling Kwaliteit & Veiligheid. In die functie ben ik me steeds meer gaan richten op verpleegkundige zaken, waarna ik in juni 2017 manager ben geworden van het nieuw opgezette Bureau Verpleegkundige Zaken.”

Wat is je rol binnen het ziekenhuis?

“Het Bureau Verpleegkundige Zaken, oftewel BVZ, zet zich in voor het verder professionaliseren en positioneren van het verpleegkundige beroep. Wij willen de verpleegkundigen in ons ziekenhuis meer autonomie geven, de regie laten pakken en hen daarmee beter voorbereiden op de veranderende zorg. Zo worden patiënten steeds mondiger, hebben ze vaker meerdere aandoeningen die tegelijk behandeld moeten worden en verandert de manier van werken door technologische innovaties. Verpleegkundigen hebben, net als andere professionals, daarom andere competenties nodig om te blijven aansluiten op de zorgvraag en -behoeften van patiënten. Het BVZ heeft daarom een verpleegkundig leiderschapsprogramma ontwikkeld. Hiermee richten we ons onder meer op de aankomende functiedifferentiatie tussen mbo- en hbo-verpleegkundigen, het aanbieden van opleidingen aan verpleegkundigen en op het toepassen van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek in de verpleegkundige praktijk.”

“De functiedifferentiatie tussen mbo- en hbo-verpleegkundigen houdt in dat er, vanuit landelijke wet- en regelgeving, vanaf 2020 onderscheid wordt gemaakt tussen verpleegkundigen met een mbo- en met een hbo-opleiding. Met name van deze laatste groep wordt verwacht dat zij meer als regisseurs gaan werken binnen het gehele zorgproces en op het gebied van kwaliteitszorg en sparringpartners worden voor medisch specialisten. Om hierop vooruit te lopen hebben we op vier verpleegafdelingen binnen Reinier de Graaf zogenoemde proeftuinen ingericht. Binnen deze proeftuinen wordt geëxperimenteerd met de functiedifferentiatie en de bijhorende nieuwe werkwijzen. Als BVZ begeleiden we deze proeftuinen, in samenwerking met de afdelingen Beroepsopleidingen en P&O, en evalueren wij structureel wat goed gaat en wat beter kan. Niet alleen de verpleegkundigen, maar ook andere medewerkers van ons ziekenhuis moeten wennen aan de veranderende positie en functies van de verpleegkundigen. Daarom legt het BVZ ook de verbinding met bijvoorbeeld de medisch specialisten, de directie, het management en de leidinggevenden. Wij zijn als het ware de olie tussen de radertjes.”

Wat doe je zoal op een dag?

“Als manager van BVZ ben ik veel bezig met overleggen en vergaderingen met de verschillende lagen binnen het ziekenhuis, om daarin de beoogde veranderingen in het verpleegkundig beroep en de bijbehorende verpleegkundige functies toe te lichten en te implementeren. Ook ontwikkel ik beleid op het gebied van verpleegkunde, onder andere op basis van nieuwe wet- en regelgeving. Ik implementeer in opdracht van de directie samen met leidinggevenden dit beleid. Gelukkig kom ik ook nog regelmatig op de werkvloer om te proeven wat de sfeer is en hoe het met onze verpleegkundigen gaat.”

Waarom is juist jouw werk belangrijk binnen het ziekenhuis?

“Omdat wij als BVZ het leiderschap en het professionaliseren van de verpleegkundige beroepsgroep stimuleren en faciliteren, helpen wij hen om hun werk leuker en aantrekkelijker te maken. Dat helpt niet alleen bij het aantrekken en behouden van voldoende verpleegkundigen in ons ziekenhuis, maar ook bij het verschuiven van niet-verpleegkundige taken naar andere professionals. Hier profiteert uiteindelijk de patiënt van. Als BVZ hebben wij zowel contact met de werkvloer als met de directie en het management en verbinden wij deze werelden met elkaar. We zien wat nodig is op de werkvloer en vertalen dat naar beleid. Het helpt daarbij dat ik zelf als verpleegkundige heb gewerkt en ervaring en kennis heb op het gebied van beleidsontwikkeling en verandermanagement.”

En wat is voor jou belangrijk in je werk?

“Dat is het zien dat de verpleegkundigen, met name in de proeftuinen, steeds meer leiderschap tonen en de regie over hun eigen beroep pakken. Je merkt dat ze het tegelijkertijd lastig, maar ook uitdagend vinden om buiten de gebaande paden te gaan en om nieuwe dingen te proberen. Het is gaaf dat het BVZ hier een rol in speelt. Belangrijk is dat dit nu dat dit ook echt gezien wordt door directie.”

Wat is het meest opmerkelijke dat je in je loopbaan bij het ziekenhuis hebt meegemaakt?

“Het meest opmerkelijke voor mij is dat in de proeftuinen de rol van regieverpleegkundige maakt dat verpleegkundigen leiderschap tonen, dat ze langer bestaande knelpunten durven aan te pakken en dat ze hun positie in het multidisciplinaire team durven te verstevigen.”

Als je Reinier de Graaf in een zin mocht samenvatten wat is dat dan?

“Een vooruitstrevend ziekenhuis met hardwerkende en oprechte mensen.”