Volwassen worden in de Verpleging in het Sint Hiep

Geschreven door: Joan Geerts Locatie & periode: 1975-1979, Sint-Hippolytus

Zo’n veertig jaar geleden heb ik een onvergetelijk tijd beleefd in het Sint Hippolytusziekenhuis te Delft, alwaar ik de in service opleiding tot verpleegkundige A heb gevolgd.

Na mijn diplomering in 1977 heb ik een jaar op Chirurgie gewerkt onder de bezielende leiding van de legendarische hoofdzuster Britsia, ‘Brits’ zoals mijn collega’s haar ook wel noemden. Zij kwam elke morgen om 7 uur de afdeling op lopen, geurend naar Maja zeep en leefde en werkte voor haar patiënten. Haar koffiekamer was extra gezellig met planten en kasten en een echt thuis voor haar en ook voor ons verpleegkundig personeel. Daar zaten we ook veel in de nachtdienst, die we soms eenmaal per maand draaiden, met zijn tweeën voor ongeveer veertig patiënten.

Voor hele zieke patiënten die soms bijna niets konden eten, maakten we op haar advies cognac met een geklutst ei en ze vonden dat heerlijk.

Het was een kleine veilige wereld, afdeling 3 noord, waarin we indrukwekkende situaties meemaakten met patiënten en ook leerden hard te werken. “In een ziekenhuis ben je nooit klaar zuster, ga de was maar uitdelen” werd gezegd terwijl je werktijd er al op zat.

Een jongen van zestien jaar had zijn been gebroken bij een verkeersongeluk met zijn brommer. De wonden zagen er heel lelijk uit en de koorts wilde niet zakken. Er gingen weken voorbij en niets hielp. Wij hadden toen een klinische les van dokter Janssen voor de verpleegkundigen, die werd gehouden in onze koffiekamer en de situatie werd er uitgebreid besproken. Ter plekke werd toen door de chirurg besloten om toch over te gaan tot amputatie en wij waren er indertijd erg door aangedaan. Tot onze verbazing kwam korte tijd later de patiënt ons alweer lopend bezoeken en vertellen dat hij al had gedanst met zijn kunstbeen. Gelukkig had de patiënt geen besluiteloze dokter gehad.

De dokters die er indertijd werkten waren onder meer Van Aken, DelaMarre zie foto, Janssen, Heijmans, Wijthoff, en de anesthesist Piet Admiraal. Vooruitstrevend voor die tijd had het st Hippolytusziekenhuis een werkgroep terminale begeleiding, met daarin naast artsen ook een pastor, de geneesheer directeur Calis en het hoofd van de opleiding zuster Boogaarts. Dokter Admiraal streefde naar het feitelijk en wettelijk mogelijk maken van een menswaardige dood en zocht verbeteringen van behandeling van pijn bij kanker. Hij was de vader van de Nederlandse palliatieve zorg kun je wel zeggen.

Hoewel het ziekenhuis nog niet oud was heb ik op mijn afdeling ook nog een renovatie meegemaakt waarbij het plafond open lag en ik me afvroeg of dit de hygiënische omstandigheden wel ten goede kwam. Bouwkundig gezien kende het ziekenhuis zo zijn problemen.

Nonnen, waren er steeds minder, maar degene die er waren, zuster Petrien op interne afdeling en zuster Marie Louise, hoofd verplegingsdienst en zuster Veronica Durrenkamp hebben wel hun stempel gelegd op de werkhouding van diverse zusters. Broeders waren er toen nog heel weinig en zij trokken veel aandacht van patiënten en andere verpleegsters. Zo ging een broeder wel eens gekleed in verpleegstersjurk tijdens de nachtdienst naar ons pauzeverblijf. Hilariteit alom.

De woontoren, zusterflat

Wat was ik blij met mijn kamer in de zusterflat. Hij was mooi ingericht en je kon er toch nog een persoonlijke noot aan geven. We hadden met ongeveer 16 personen een klein keukentje met elektrisch kookplaatje. Daar werd druk op gekookt en de afwas werd meestal gestapeld en vergeten.

Voor mijn dagenlang vergeten afwas kreeg ik een waarschuwing van de heer Muller, de mentor, dat mijn pannen en het servies in de vuilnisbak zouden belanden wanneer ik het nog één keer liet staan.

Nou liet ik me dat geen tweede keer zeggen en dat het de heer Muller menens was bleek ook wel toen een collegazuster mij boos vertelde dat haar servies met de vuilnis was heengezonden.

Kortom we waren nog erg jong en werden, terwijl we werkten en heel veel verantwoording droegen, ook nog opgevoed. Nog dagelijks heb ik hier in mijn huidige werk, al is het niet meer in de verpleging, profijt van.