Van keukenhulp tot rennen naar de ziekenwagen

Geschreven door: Ankie van Gils Locatie & periode: Oude en Nieuwe gasthuis (tot 1984), Voor 1970

Ik kwam in het Oude en Nieuwe Gasthuis in september 1959. Ik was met 17 jaar te jong om in de verpleging te gaan, maar mocht wel als keukenhulp beginnen. Op verschillende afdelingen. Ik vond het werk leuk. Zo zorgde ik voor de broodmaaltijd dat op de afdeling werd klaargemaakt. De warme maaltijd kwam op de afdeling in een warmhoudkar. Daarna vooral veel afwas wat ik dan weer mocht afwassen.

Toen ik 18 werd mocht ik niet meer thuis wonen. Ik ging wonen op de witte gang. We kregen een vooropleiding van 6 weken. Hiervoor reisde ik ook wel eens met de trein naar Schiedam naar een ander ziekenhuis.

Vergissingen

Toen ik eenmaal tweede jaars was, mochten we de nieuwe leerlingen de kneepjes van het vak bijbrengen. Daar werden weleens vergissingen gemaakt. Zo had ik gevraagd om het infuus te stoppen met de kocher, maar ze pakte de schaar die er erg op leek. Ook met het schoonmaken van de gebitten was soms een beetje een rommeltje. Dan maar weer uitzoeken welke bij wie hoort.

We hadden onder het gewone werk ook piketdiensten. Er was daarvoor een soort bel met no. 14. Als die ging, moest je vlug je schort verwisselen voor een schoon schort en rennen naar de ziekenwagen. Soms om een patiënt opte halen of bij een straat ongeluk te assisteren. Ik vond het fijn om met feestdagen te werken, er kwamen dan koren zingen.