Paardenbloemen voor Hilde

Geschreven door: Rinus Verweij
Locatie & periode: 1975-1979, Bethel

Onze familie heeft zeer intense herinneringen aan het voormalige Bethel ziekenhuis, dat tegenwoordig wordt aangeduid als het B-gebouw, van het Reinier de Graaf Gasthuis. Het gaat ons dan ook aan het hart dat dit gebouw, dat zo’n dramatische plaats in ons leven heeft gekregen, op de nominatie staat om gesloopt te worden.

Het is namelijk in dit gebouw – in kamer 735 om precies te zijn – dat mijn zusje Hilde na een korte slopende ziekte in de armen van haar vader op 15-jarige leeftijd overleed, op zaterdag 12 april 1975 om half 12 in de ochtend. Wij bewaren naast ons verdriet warme herinneringen aan de steun van het verplegend personeel van het Bethel ziekenhuis in de zware tijd die nu al weer 40 jaar achter ons ligt.

Hilde werd op vrijdag 21 maart 1975 in het toenmalige Bethel ziekenhuis opgenomen met ernstige buikklachten. Bij een operatie bleek kort daarop dat er sprake was van een zeldzame, zeer agressieve vorm van kanker met talloze uitzaaiingen. Toen de behandelend specialist, de uit Tsjecho-Slowakije afkomstige dokter Spinka, mijn ouders had moeten vertellen hoe ernstig de situatie van hun dochter was, werd vrijwel onmiddellijk een aparte kamer –kamer 735- vrijgemaakt met twee bedden. Eén voor mijn zusje en één voor mijn vader.

Ik heb nog altijd bewondering voor mijn ouders; voor mijn vader, die tot haar dood niet meer van de zijde van mijn zusje is geweken, maar misschien nog wel meer voor mijn moeder, die zich er zonder discussie bij neerlegde dat mijn vader de terminale zorg voor haar dochter opeiste en er zonder meer van uit ging dat mijn moeder de zaak (verfwinkel en Schildersbedrijf in Nootdorp) wel draaiende zou houden.

Geel speelgoedkuikentje

Mijn zusje heeft daarna nog ruim drie weken geleefd. Met Pasen kreeg ze bij het ontbijt een geel speelgoedkuikentje van de verpleegsters. Eén van de verpleegsters, Corrie van den Berg, is ons in het bijzonder bijgebleven. Een diep gelovige jonge vrouw uit de buurt van Boskoop, de geboorteplaats van mijn ouders. Toen enkele artsen overwogen om een pijnlijke behandeling met borstbeenpunctie bij mijn zusje te laten uitvoeren kwam zij mijn vader met klem afraden om toestemming te geven voor die behandeling met de woorden: “Dan zal ik tot God bidden of hij haar eerder weg wil nemen.”

Vanuit het raam van de kamer was te zien hoe in het plantsoen naast het ziekenhuis de paardenbloemen welig tierden, wat mijn zusje deed verzuchten dat ze niet kon begrijpen dat er mensen waren die paardenbloemen niet mooi vonden. Op de 36e sterfdag van mijn zusje, op 12 april 2011, was ik in de buurt van het Reinier de Graaf Gasthuis. Er bloeiden overal paardenbloemen, net als in 1975. Ik heb een bosje geplukt, ben naar gebouw B gegaan en heb de lift genomen naar de 7e verdieping om bij de deuropening van kamer 735 –nu in gebruik als kantoorruimtede paardenbloemen neer te leggen. Toen het dienstdoende personeel hoorde waarom ik dat wilde doen, hadden ze daar alle begrip voor.


Hilde vERWEIJ (23 JULI 1959 - 12 APRIL 1975)