Modieus aan het bed van de patiënt

Geschreven door: Zuster Keijzer Locatie & periode: 1970-1974, Bethel

Het is begin jaren ’70 als we verhuizen van het Bagijnhof naar het B-gebouw aan de Reinier de Graafweg. De witte kapjes op ons hoofd waren al verleden tijd. Met de verhuizing veranderden ook onze blauwe jurken met het witte gesteven schort in kekke witte jurkjes. Uiteraard met een vaste lengte boven de knie.

Maar ja het was de tijd van de minirokjes, dus aan die lengte werd getornd. Letterlijk! We legden er thuis een extra zoompje in. Met gebruinde benen trokken we de aandacht van de mannelijke patiënten, de broeders die in steeds grotere getale aantraden en natuurlijk ook van de heren doktoren. Niet dat dat de opzet was. Nee, we wilden gewoon hip zijn.

Doktersromance

Maar de hardwerkende dokter in opleiding kwam niet zoveel andere vrouwen tegen dan de verpleegkundige op de afdeling. Zo kon het in die tijd zomaar gebeuren dat er een doktersromance ontstond. Ik kreeg zelfs wat bijles om mijn examen tot een goed einde te brengen. Want hadden wij tijdens de blokweken wel goed opgelet?

Het was in die tijd gewoonte om tijdens de lessen te breien tot ontsteltenis van mijn nog steeds huidige echtgenoot. Kunt u het zich voorstellen? Arts-assistent doceert voor een club breiende zusters.

Ik begon in het nieuwe ziekenhuis op de kraamafdeling, die wij tevoren met een ploeg, waaronder de vrouw van de directeur, hadden schoongemaakt. Frisse verloskamers en moderne apparatuur maakten het werken aldaar tot een feest.

Messen zwaaien

Daarna naar de afdeling Neurologie die samenviel met de afdeling Psychiatrie. Naast de neurologische patiënten, had je de verantwoording voor mensen die uit het raam dreigden te springen of met messen zwaaiden. Ook kregen in die tijd patiënten pillen geïmplanteerd om hen van hun alcoholisme af te helpen. Een proefdronk volgde, waarbij de dokter soms alsnog onder tafel werd gedronken.

Maar mijn grote liefde was toch wel de afdeling chirurgie. Hier zwaaide een hoofdzuster van de oude stempel de scepter. En dat bedoel ik in positieve zin. Zij leerde ons liefde voor het vak en liefde voor de patiënt. Zij ging dagelijks persoonlijk langs de bedden en maakte desnoods eigenhandig een lievelingsgerecht voor een patiënt1 /2 die niet lang meer te leven had. Kom daar nog eens om.

Zuster Roskam was een begrip. Nu ik zelf van tijd tot tijd met het ziekenhuis in aanraking kom besef ik hoe belangrijk bejegening is en hoe belangrijk dit voorbeeld is geweest.

Want wat waren we jong, maar wat hebben we veel geleerd.

Reacties

Stella van Iperen
Zuster Roskam, zuster Renkema, zuster Sterrenburg, zuster Groeneveld! Streng doch rechtvaardig en hart voor de patiënt! Super veel van geleerd!

Jan Smith
Refusal heetten die tabletten die tegen alcoholisme waren.

Jan Smith 
Eysing was een prima hoofdzuster. Ik maakt wat schoon op de grond met een handdoek. Broeder Smith, een handdoek is geen dweil. Zij was de beste hoofdzuster die ik heb mee gemaakt. Afdeling 5.2. Groeneveld was onder Renkema volgens mij. Les gehad van Dik Eland.