Gedicht aan de muur

Geschreven door: C.M. van Rossum
Locatie & periode: 1980-1984, Bethel

Ook ik wil gaarne mijn herinnering aan Bethel met u delen, namelijk door middel van een bijgevoegd gedicht. Dit gedicht las ik in de gang van het Bethelgebouw, waar het toen ingelijst hing in de nacht dat mijn vader stierf op 1 januari 1982. Ik schreef het toen over en bewaarde het tot op heden.

Wat weet men van zijn naaste. wat weet men van zijn kind? Wat van zijn eigen liefste, hoezeer men hem bemint? Wat weet men van de diepte van blijdschap en van smart, en van het worst’len, strijden in ’t trillend mensenhart…

Wat weet men van het lijden in eenzaam lange nacht, waarin het harde leven geen enkel troostwoord bracht? Wat van het rust’loos zoeken der worstelende ziel, die opwaarts wil ten Hemel, vaak in de diepte viel…?

Wat weet men van de zieke, die lijdt en nimmer klaagt, die ’t leven weg voelt glijden en toch naar het leven vraagt? Wie geeft er rust bij ’t sterven, verzoening met het lot? Wie leidt de ziel in vrede ter ruste? Het is God…