De bezemkast

Geschreven door: Eveline Booy-van Mulbregt
Locatie & periode: 1970-1974, Sint-Hippolytus

Het was de tijd van Rikkie en Slingertje, Q en Q en Floris. Op de zaal in het Hippolytus ziekenhuis, waar ik als 6 jarig meisje met een gebroken arm lag, had ik het met de andere kinderen graag over deze spannende series. Ik meen dat ik met minstens 4 andere kinderen op zaal lag.

Er was één brutaal jongetje bij die elke dag wel een grote mond had tegen de zusters. Als de ochtendronde met de thermometers begon dan zei hij: “ik laat zo´n harde scheet dat die thermometer tegen het plafond aanvliegt”. We hadden dikke pret.

Onze kamer grensde aan de babykamer. Als je op je bed ging staan dan kon je naar de baby´tjes kijken, wat we natuurlijk graag deden.

Betrapt

Op een middag kregen we de waarschuwing dat we ons middagslaapje moesten gaan houden en owee wie er naar de baby´s ging kijken….. Zeg dat nooit tegen een kind! En ik werd betrapt! Met bed en al werd ik de kamer uitgereden en in een bezemkast. Licht uit, deur dicht. Dat zou me leren!


Huilen, huilen dat ik deed. Maar er was geen zuster die het voor me opnam. Met het avondbezoek mocht ik er weer uit. Ik geloof niet dat ik het aan mijn ouders durfde te vertellen, uit schaamte.

Pas later dacht ik het andersom had moeten zijn. Die kordate zuster had beter moeten weten, toch? Ik koester het pyjamaatje wat ik droeg tijdens deze opname. (ik werk al ruim tien jaar in Reinier, dus geen trauma’s aan overgehouden!)